Expo Leemans door Leemans - 8 december

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down

Expo Leemans door Leemans - 8 december

Bericht van Jos Vanspauwen op vr 27 nov 2009 - 8:48

Van 8 december 2009 tot 28 februari 2010
In het Belgisch Stripcentrum



Beste vrienden,

2009 is ontegensprekelijk een feestjaar. In oktober was het de beurt aan onszelf, want toen heeft het Belgisch Stripcentrum twintig kaarsjes uitgeblazen. Maar nu is het opnieuw tijd voor een belangrijk jubileum, want dit jaar viert striptekenaar Hec Leemans veertig jaar carrière. Met de succesreeks FC De Kampioenen breekt hij in Vlaanderen alle verkooprecords. Maar ook met de sterke historische serie Bakelandt vestigde Hec Leemans naam en faam in de stripwereld. Naast een gerespecteerde totaalauteur, die het tekenen én het schrijven van strips onder de knie heeft, is hij ook een geëngageerde vakman. Redenen te over dus om een tentoonstelling te wijden aan het boeiende leven en werk van deze creatieve duizendpoot. De expo “Leemans door Leemans – Een verteller vertelt”, die loopt van 8 december tot 28 februari in het Belgisch Stripcentrum, wil enkele facetten van de mens Leemans aan bod laten komen, verteld door hemzelf via zijn creaties, originele platen, verschillende citaten en een unieke blik in zijn boekenkast.

In de bijlage vinden jullie het persdossier (Word+PDF), dat onder meer een biografie van Hec Leemans bevat. Graag nodig ik jullie uit de tentoonstelling “Leemans door Leemans – Een verteller vertelt” te komen ontdekken op dinsdag 8 december 16 uur. Hec Leemans zelf en curator David Steenhuyse verwachten jullie dan voor een rondleiding in hun eigen tentoonstelling. Vanaf 18u30 zijn jullie uiteraard ook van harte welkom op de vernissage van deze tentoonstelling. De uitnodiging vinden jullie in de bijlage.
Als afsluiter heb ik nog een nieuwtje van het Marc Sleen Museum voor jullie. Sinds de opening van zijn museum verkeert de geestelijke vader van Nero in uitstekende vorm. Dan zullen jullie met eigen ogen kunnen vaststellen als jullie op dinsdagmiddag 1 december naar de Zandstraat afzakken. Voor Broodje Brussel komt Marc Sleen in zijn eigen museum van 12u30 tot 13u30 vertellen over zijn grote passie voor dieren. Prijs: 2 EUR, Reserveren via OPB Broodje Brussel: 0800 13 700. (Meer info op www.marc-sleen.be).

Dank bij voorbaat voor jullie belangstelling en hopelijk tot 1 en/of 8 december,

Veel groeten,

Willem

Willem De Graeve
Belgisch Stripcentrum
Directeur
Zandstraat 20
1000 Brussel
Tel. : +32/2 210 04 33
Fax : +32/2 219 23 76
www.stripmuseum.be

Leemans door Leemans
Een verteller vertelt


Hec Leemans, tenor van de Vlaamse strip, publiceerde zijn eerste stripverhalen in Het Volk in 1969. Sinds die periode is de auteur van Bakelandt niet meer gestopt met het vertellen van getekende verhalen. Maar naast het persoonlijke œuvre van deze populaire auteur – zijn humoristische reeks F.C. De Kampioenen breekt alle verkooprecords –, is Leemans bovenal een man met een brede cultuur en een persoonlijke smaak. Doorheen de tentoonstelling die het BSC aan hem wijdt, deelt Hec Leemans met ons deze artistieke emoties.

Curator van de tentoonstelling: David Steenhuyse
In samenwerking met Standaard Uitgeverij
Met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Nationale Loterij

Belgisch Stripcentrum
Zandstraat 20 – 1000 Brussel
Alle dagen open (behalve op maandag) van 10 tot 18 uur
Tel. +32 (0)2 219 19 80 – Fax +32 (0)2 219 23 76
www.stripmuseum.bevisit@stripmuseum.be


Persinformatie: Willem de Graeve willem.degraeve@stripmuseum.be, 02 210 04 33
of www.stripmuseum.be/nl/pers (Login: comics + Paswoord: smurfs)

Hec Leemans
40 jaar stripcarrière, 40 jaar engagement


“Tekenen is een deconstructie van de realiteit en daarna een reconstructie op papier” (Hec Leemans)


In zijn veertigjarige carrière heeft de in 1950 geboren Hec Leemans zich ten volle weten te bekwamen in zowel het realistische als in het komische genre. Hij breekt met de krantenstrip Bakelandt door als realistisch tekenaar en daar lopen er niet veel van rond in Vlaanderen. Met F.C. De Kampioenen, naar de succesvolle Vlaamse tv-serie, maakt hij momenteel een van de bestverkopende stripreeksen. Tussen die twee belangrijke reeksen liggen een hoop andere creaties met onder meer Nino die ook internationaal aanslaat. Van verschillende tekenaars helpt hij als scenarist de carrière lanceren.

Hec Leemans profileert zich bovendien in verschillende Belgische stripverenigingen die voor het stripmedium meer erkenning en respect proberen af te dwingen. Naast een gerespecteerde totaalauteur, die het tekenen én het schrijven van strips onder de knie heeft, is hij dus ook een geëngageerde vakman.

De expo “Leemans door Leemans – Een verteller vertelt” wil enkele facetten van de mens Leemans aan bod laten komen, verteld door hemzelf via zijn creaties, originele platen, verschillende citaten en een unieke blik in zijn boekenkast.

David Steenhuyse




Persinformatie: Willem de Graeve willem.degraeve@stripmuseum.be, 02 210 04 33 of www.stripmuseum.be/nl/pers (Login: comics + Paswoord: smurfs)


Hec Leemans
Een biografie
Tekst: Jean Auquier,
vertaald door Kris De Saeger
en geactualiseerd door David Steenhuyse


Hec Leemans’ persoonlijke œuvre zorgt voor een perfect evenwicht tussen realisme en humor, tussen verleden en heden, tussen tekenwerk en scenario’s. Van Circus Maximus tot F.C. De Kampioenen met belangrijke tussenstops als Bakelandt en Nino stippelen een parcours uit van veertig jaar pendelen tussen kadertjes en ballonnetjes. De expo is een viering voor een kampioen van het Vlaamse stripverhaal.


Eerste stappen
Als er een tekenaar is op wie het klassieke verhaaltje van “hij tekende nog voor hij kon lopen” van toepassing is, dan slaat het wel op Hec Leemans. De auteur wordt geboren op 28 januari 1950 in Temse. Al op jonge leeftijd zit de kleine Hector hele stapels papier vol te krabbelen. Op nauwelijks tienjarige leeftijd doet hij zijn eerste pogingen om een verhaal te maken. Geen wonder dat hij dan ook lessen gaat volgen aan de tekenacademie in Dendermonde. Daar wordt hij in gestimuleerd door zijn ouders wat niet vanzelfsprekend is in de jaren 1960! Het cliché van de armtierige kunstenaar met strik aan en grote hoed op, honger lijdt en zwoegt op een schamel zolderkamertje is nog steeds erg populair op dat ogenblik.

Op de academie zijn strips in die tijd nog uit den boze. Hec leert er wel de nodige basis- en vakkennis, voor hem ontzettend belangrijk want talent is één zaak, de nodige ambachtelijke kennis hebben om dat talent ook nog behoorlijk op papier te toveren, is een andere. Van een aantal leraren van de oude stempel leert hij grondig de basisprincipes van anatomie, perspectief, kleur en dergelijke meer.

Op diezelfde academie loopt ook Sylvain Polfliet rond. Samen beginnen ze bij dagblad Het Volk de James Bond-achtige serie Brian Howell. Polfliet tekent de reeks terwijl Hec de scenario’s schrijfr en de decors verzorgt. Brian Howell gaat in 1969 van start. Polfliet zet de reeks later alleen verder.


Circus Maximus
In 1970 begint Hec met zijn eerste komische strip, Circus Maximus, toen nog een strookjesstrip waarvoor Pirana ideeën levert. In 1971 wenkt de vaderlandse plicht. Hec moet het leger in. Gelukkig krijgt hij een post op de socioculturele dienst waar hij voor het legertijdschrift Shako de strip Jager Jansen tekent... die het jaar ervoor was verzonnen door Merho. Geen van beiden vermoedt allicht dat deze gemeenschappelijke strip een teken aan de wand is. Enkele jaren later mogen ze namelijk allebei in Het Laatste Nieuws hun eigen stripserie publiceren.

Een publicatiemogelijkheid van Circus Maximus dient zich pas aan in 1977 voor het Nederlandse weekblad Eppo. Een zekere Raoul Cauvin (scenarist van De Blauwbloezen, Cédric,...) schrijft twee jaar lang anoniem scenario’s voor kortverhalen die in 1984 ook een tijd lang in Robbedoes verschijnen en later nog in Suske en Wiske Weekblad.


Bakelandt
Tussen 1971 en 1975 werkt Leemans keihard om zijn talenten als striptekenaar verder te perfectioneren. In 1975 komt hij dan ook met het ijzersterk project Bakelandt op de proppen op scenario van Daniël Jansens. De scenarist heeft jarenlang honderden scenario’s geschreven voor Studio Vandersteen, maar hij wil iets nieuws. Hij publiceert een en ander in Robbedoes en Kuifje en ziet graag een eigen reeks lopen in de Vlaamse kranten waarin de hegemonie van Marc Sleen, Willy Vandersteen en Jef Nys al decennialang onbetwistbaar is. Met Berck maakt hij Lombok voor Gazet van Antwerpen en voor Hec Leemans schrijft hij een realistische serie over een stukje Vlaamse geschiedenis: de legende van Bakelandt en diens verzet tegen de Franse bezetter, maar dan uiteraard flink geromantiseerd. Goed dat Het Laatste Nieuws voor deze serie kiest en niet voor het westernproject Joaquin Murieta dat zich afspeelt tijdens de befaamde gold rush. Na vijftien verhalen overlijdt Jansens in 1979 waarop Leemans de serie onverdroten vervolgt. Hij tekent 28 jaar lang quasi dagelijks een halve pagina voor de krant. Tussen 1975 en 2006 verschijnen 96 albums.


Nino
In diezelfde zwierige realistische stijl maakt Hec Leemans ook nog andere strips. Met zijn vriend Kamagurka produceert hij een aantal absurdistische gags en kortverhalen die in het humoristische tijdschrift Lava verschijnen. Voor Standaard Uitgeverij ontwikkelt hij begin jaren 1980 de spionageserie Kowalsky waarvan twee delen verschenen.

Zijn creatief talent is echter zo groot dat zijn twee handjes onmogelijk kunnen volgen. Samenwerken met andere tekenaars is aan de orde. Zo kruist zijn pad dat van Dirk Stallaert. Het resultaat is Nino, een weggelopen weesjongetje dat als verstekeling terechtkomt in de Verenigde Staten tijdens de jaren 1930. Ze maken tussen 1990 en 1995 samen drie verhalen die na een voorpublicatie in Kuifje en Hello BD (de Franstalige versie van het weekblad Kuifje) in album verschijnen bij Lombard. Vertalingen komen er in het Frans, Portugees, Indonesisch en Turks.

De perfecte klare lijn van Stallaert en de avonturen slaan aan bij pers en een publiek van 7 tot 77. Nino is een ideale mix van avontuur, spanning, humor en een vleugje romantiek naar het voorbeeld van de œuvres van Hergé, Franquin, Tillieux, Cuvelier en andere beroemde auteurs uit de gouden jaren van de strip. Na de drie albums geeft Dirk Stallaert er de brui aan. Het tekenen in een secure klare lijn is aartsmoeilijk en arbeidsintensief. Tot op de dag van vandaag spreken liefhebbers Hec Leemans over Nino aan. De auteur is al net zo lang van plan om het vierde verhaal, Nino in Hollywood, te schrijven en zelf te tekenen. Een gebrek aan tijd en dringende deadlines verstoren telkens die plannen.


Nog steeds Bakelandt
Ondertussen loopt Bakelandt ongestoord verder in de krant aan een dagelijks ritme van een halve pagina. Naast het tekenen ervan heeft Leemans zijn handen vol aan het opsnorren van documentatie en het bedenken en uitschrijven van nieuwe verhalen. Hij roept de hulp in van Claus D. Scholz, een tekenaar van Duitse afkomst die al tekende voor Studio Vandersteen. Hij wordt na het overlijden van Karel Biddeloo de gevierde tekenaar van De Rode Ridder.

Pas na enkele jaren in de krant komt het tot een albumpublicatie bij de toenmalige uitgeverij van Het Laatste Nieuws, Hoste. Deze brengt de albums uit in tweekleurendruk, zwart en rood, in een tijd dat andere strips al lang volledig in kleur verschijnen. Ondanks die handicap scoren de eerste albums bijzonder goed bij de lezers. Toch is Hoste geen stripuitgever. In de eerste plaats is het een krantenuitgever. Zowel Hec als zijn collega Merho dringen eropaan om albums in kleur te drukken zodat respectievelijk hun series Bakelandt en Kiekeboe kunnen optornen tegen albums van andere krantenstrips zoals Suske en Wiske, Nero en Jommeke. Vanaf album 30, De Gezant, is er sprake van albums in kleur. Uiteindelijk komt het tot een uitgeverswissel waardoor Bakelandt (vanaf deel 56, Blanke Slavinnen) en Kiekeboe bij Standaard Uitgeverij verschijnen. De verdere opmars is niet te stuiten.


F.C De Kampioenen
En het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Leemans wil nog meer zijn ei kwijt. Hij wil nog meer vertellen. Hij is toe aan iets nieuws om de sleur, die een dagelijkse productie van Bakelandt-stroken met zich meebrengt, te doorbreken. Na tachtig albums is hij ook wat uitgekeken op de serie. Hij waagt zich in 1997 aan een poging om een stripversie te maken van de uitermate populaire komische tv-serie F.C. De Kampioenen. Naar zijn gevoel is F.C. De Kampioenen het enige tv-programma dat zich kan lenen voor een stripreeks. En dat blijkt ook: het werkt!

F.C. De Kampioenen, de strip, is geen slaafse papieren versie van F.C. De Kampioenen, de tv-reeks. Voor allebei de reeksen worden eigen verhalen gemaakt. De overeenkomsten zitten uiteraard in dezelfde personages en de vaste decors. Maar op papier zijn geen budgettaire beperkingen. Daardoor kan Hec Leemans de slechtst presterende cafévoetbalploeg bijvoorbeeld verder en regelmatiger laten reizen of zijn veelkoppige publiek van meer stunts en slapstick bedienen. Zowel de tv- als de stripreeks slaat meteen aan na de eerste aflevering. Sinds 1997 zijn er al zestig albums verschenen met daarnaast vele specials met thematische bundelingen, spelletjesalbums met strips en originele versies waarbij de acteurs de dialogen inspreken die je op cd kan beluisteren tijdens het lezen van de strip. Tom Bouden assisteert hem voor het teken- en inktwerk. In korte tijd heeft de stripreeks zich weten door te stoten naar de top van de gehele strip- én boekenverkoop in Vlaanderen. Bakelandt ondertussen verschijnt nog sporadisch. Momenteel blijft de productie beperkt tot ingekleurde herdrukken van uitverkochte albums.


Een groot engagement
Andere projecten blijven hem begeesteren. Bij de 500ste verjaardag van Keizer Karel komt het in 2000 tot het realistische, goed gedocumenteerde, biografische album Keizer Karel: De Laatste Bourgondiër in opdracht van de stad Gent. Daarnaast is Leemans altijd blijven schrijven voor andere tekenaars. Sinds 2000 met name voor zijn “poulains” Wim Swerts en Luc van Asten (Vanas) met de humoristische reeksen Ambionix (drie verhalen, twee albums), Kim (met de bekende tennisster Kim Clijsters in de hoofdrol van twee albums) en het langlopende W817 naar de tv-reeks van jongerenzender Ketnet. De verhalen zijn geen adaptaties van bestaande tv-afleveringen. Wel is het voor Leemans een mooie oefening om met hippe personages in een actuele, moderne setting een keicoole, komisch-avontuurlijke reeks te maken. Voor Jean-Pol, de tekenaar van Sammy, schrijft Leemans met De Heilige Geit, het laatste avontuur van Kramikske. Het verscheen tot nu toe niet in album.

Minder bekend is Leemans’ engagement in de stripwereld. Hij staat mee aan de basis van het Vlaamse Stripgilde, een vereniging van Vlaamse stripauteurs. De notulen ervan worden vastgelegd in een advocatenkantoor in Gent waarbij ook onder meer André Franquin mee aan tafel zit voor de oprichting van de Waalse tegenhanger, UPCHIC. Leemans zetelt lange tijd in de jury die de Bronzen Adhemar, tegelijk een œuvre- en aanmoedigingsprijs die hij zelf ook won, toekent aan beginnende of gevestigde Vlaamse tekenaars. Ook helpt hij het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal, thans Belgisch Stripcentrum genoemd, uit de grond stampen.


A good script
Maar laten we niet vergeten waar het voor Hec Leemans allemaal om draait: het vertellen van een goed verhaal. Hij werkt tien uur en meer per dag, zowat elke dag. Dat gebeurt voornamelijk thuis aan de tekentafel, binnenkort in zijn grotere atelier in aanbouw, maar ook op vakantie in zijn buitenhuis in de Provence. Scenario’s schrijven kan hij overal, zelfs op café. Of de teksten nu voor zichzelf zijn of voor de tekenaars met wie hij werkt. En wat heb je nodig voor een goede strip? “A good script, a good script, a good script”, zoals het aloude Hollywooddevies luidt. Het is ook het devies van Hec Leemans, de verteller.
avatar
Jos Vanspauwen

Aantal berichten : 214
Woonplaats : Hasselt
Registration date : 28-01-08

Profiel bekijken http://www.tekenmaarwat.com

Terug naar boven Go down

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven


 
Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum